1991 gaat over een kamp op het Waddeneiland Terschelling. In
1991 verdwijnt een jongen van het zomerkamp op dit eiland. Er
wordt heel lang gezocht naar de jongen. Na maanden zoeken
is er eigenlijk geen hoop meer dat de jongen ooit nog
gevonden zal worden.
Elf jaar later, in de zomer van 2002 is er ook een zomerkamp
op Terschelling. Basha Berkel wordt naar datzelfde kamp
gestuurd. Ze heeft er helemaal geen zin in. Als ze in de bus zit
van de boot naar het kamp, hoort ze andere kinderen fluisteren over een verdwenen
jongen. Bij het kampvuur worden de spookverhalen eigenlijk alleen maar erger. Als
Basha ’s avonds met haar zaklamp langs de balken op de slaapzaal schijnt, vindt ze
mysterieuze tekens in het hout. Ze lijken erin gekrast te zijn.
Op het kamp heeft Basha weinig contact met de andere kinderen. Alleen met Tibbe
kan ze het wel goed vinden. Samen gaan ze op onderzoek uit. Ze vinden samen
meerder verdachte personen, ze gaan op bezoek bij een agent die op de zaak zat.
Ze vinden een soort hut met een geheime kelder en als ze daar zijn, gaat de
telefoon. Of dit allemaal helpt? Basha en Tibbe vinden het best spannend, zeker als
ze ’s nachts op pad gaan. En ze hebben geen idee in welk grote geheim ze terecht
gaan komen.
Dit boek is goed te lezen voor kinderen in groep 7 en 8. Het is ook een mooi boek om
voor te lezen. Hij is spannend en als je eenmaal begonnen bent, wil je steeds weten
hoe het verder gaat.
Boekentip van Gees en Karina.
Fictie 10 - 12 jaar


